Home Roofblei
Roofblei V.V.C. The Kingfisher PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Administrator   
maandag 02 augustus 2010 13:05

Ik wil jullie het één en ander vertellen over de roofblei, een verschrikkelijk mooie vis die we sinds een aantal jaren ook in Nederland kunnen vangen en zelfs zeer goed op de manier die ons zeer aanstaat, met de vliegenlat.



Als eerste wil ik het hebben over de kenmerken en gedrag van de roofblei: Te herkennen aan z’n brede, grote bovenstandige bek, die door loopt tot onder het oog. Verder heeft de roofblei een groenachtig, grijze gloed over zich heen , zwarte/roodachtige vinnen en is slank van vorm.



Waar te vinden?

Algemeen wordt beschouwd dat hij pas veelvuldig in de Nederlandse wateren voorkomt, sinds de vrije opening van het Rijn-Main-Donau kanaal. Ze komen oorspronkelijk voor in het stroomgebied van de Donau. Tegenwoordig is de roofblei te vangen in alle grote rivieren in Nederland, maar ook in de kanalen, kolken etc. die daarmee in verbinding staan. Voorbeelden hiervan zijn de Ijssel, de Biesbosch, en de Rijn.



Voedsel

Als ze nog klein zijn bestaat hun voedsel hoofdzakelijk uit insecten en larven (zowel aan de oppervlakte als in het water) en op latere leeftijd veelal kleine vis.



Hotspots!

snelstromende gedeeltes van rivieren; turbulent water zoals achter brugpeilers en achter stuwen ect. Vis vooral de stroomnaden rondom strekdammen en kribben goed af.


Experimenterende

Behoort u tot de experimenterende vliegvisser en is uw gezichtsveldgroter dan alleen forel dan zullen de volgende alinea’s u verder helpen om op één van de interessantste roofvissen succesvoller te kunnen vissen.Ook als u tot de puristen behoort, blader alstublieft niet verder. U zult zien dat naast voorn, snoek en forel en nog een andere vissoort is die zich gericht met de vlieg vangen laat.


Wispelturig, moeilijk te vangen?

De meeste zullen de roofblei kennen als een wispelturige moeilijk te vangen roofvis, die in vele rivieren in Nederland inmiddels voorkomt en zich daar ook luidruchtig bij het jagen kenbaar maakt. Hij is met de conventionele technieken en aas moeilijk aan de haak te komen.Ideale leefomstandigheden vindt de roofblei in bijna alle rivieren in Midden- en Oost Europa, in meren waar rivieren doorheen stromen en in kanalen, die de grote rivieren over kleinere of grotere afstanden met elkaar verbinden.Vooral de door de mens gemaakte vaarwateren bieden uitstekende voorwaarden om gericht op roofblei te vissen. De oudere niet meer zo vaak bevaren kanalen zijn niet erg breed en hun waterniveau wordt door stuwen en sluizen gereguleerd. Deze knelpunten, die de meeste vissen vanwege het ontbreken van vistrappen niet kunnen nemen, bieden de beste kansen om succesvol te kunnen vissen. Helaas zult u op deze plaatsen zelden alleen kunnen vissen want zulke plaatsen werken als een magneet op allerlei andere vissers. De concentratie van zowel vissen als vissers is hier bijzonder hoog. Als u liever van rust houdt dan kunt u deze visstekken beter mijden.


Snel Stromend Water



De meeste roofblei staan in snel stromend water of op plaatsen waar de stroming onderbroken wordt en waar een keerstroom gevormd wordt. In tegenstelling tot de langzaam stromende gedeelten heeft de roofblei hier een voorkeur voor specifieke plekken. Al naar gelang van de diepte van het stuk staan de vissen dichtbij de bodem, in de middelste waterlagen of aan de oppervlakte en loeren naar kleine vissen die over hun standplaats zwemmen. Soms vervolgen ze de aasvissen over een paar meter en men kan dan zien hoe een kleine school aasvissen uit het water springt. Als de roofblei zijn prooi gevangen heeft dan zal hij weer naar zijn standplaats terugkeren . Dit gedrag lijkt sterk op het stijgen naar eendagsvliegen van forellen. Vaak konden mijn vrienden en ik observeren dat vroeg in de zomer vele vissen dicht bij elkaar stonden. De bovengemiddelde vangsten in de maanden mei, juni en juli zijn te verklaren door het feit dat de vissen tijdens en na het uitputtende paaien zeer agressief zijn en dan de vliegen woest aanvallen. Aan de vissen is dan ook nog de typische paaiuitslag te zien


Echte Jager

In alle wateren waar de roofblei inheems is, rooft hij natuurlijk ook in de rustige gedeelten van het water. Daar jaagt hij echter nooit zo regelmatig en betrouwbaar als in het turbulente snelle water van bijvoorbeeld een stuw. Hier heeft men de beste kans om gericht op roofblei te vissen. In de langzaam stromende gedeelten zwerven vissen en jagen ze zelden in een klein bereik. Ze verhouden zich erg voorzichtig en het is moeilijk om gericht op ze te vissen. Soms kan men ze met grote snelheid in scholen van aasvisjes zien schieten, om een paar ogenblikken later ettelijke meters verder opnieuw toe te slaan. Toeslaan is de juiste uitdrukking want alleen zo laat zich bij benadering beschrijven met welk geweld een roofblei van ongeveer 3 pond zijn buit grijpt. Een andere zeer interessante visstek die roofblei magisch aantrekt zijn strekdammen in rivieren.


Nieuwe Levensruimte



Deze bolwerken, die door mensen zijn aangelegd om de stroomrichting van de rivieren te kunnen reguleren, helpen vele vissoorten aan een nieuwe levensruimte. De strekdam vervangt dat leefgebied wat eens werd geboden door oude en dode rivierarmen. De vissen staan beneden de kop van de strekdam precies daar waar de hoofdstroming met de draaistroming van de strekdam samen komen (stroomnaad). Hier bestaat een zelfde situatie als bij een stuwdam. Het verschil is dat de stroomsnelheid niet zo hoog is, daar dit juist de beslissende factor is. Mijn ervaring is dat hoe hoger de stroomsnelheid en de turbulentie in het water zijn, hoe groter de kans is om roofblei te vangen.De reden: de snelle turbulente stroming voert de vissen constant prooi toe zodat ze niet constant door hun leefgebied hoeven te struinen op jacht naar prooi. Voedselconcurrenten zijn gemakkelijker te tolereren en de vissen hebben minder stress. Door het sterk in beweging zijnde wateroppervlak is het zichtveld van de vissen sterk belemmerd. Stoorinvloeden van buiten (schaduw van de visser, schaduw van de vliegenlijn etc.) jagen de vissen niet op de vlucht. Het water is continu optimaal voorzien van zuurstof. Voor uw eerste vistocht op roofblei raadt ik u aan om één van de grotere rivieren (Ijssel,Lek of Waal) te bezoeken. Op lange trajecten van deze rivieren zijn genoeg geschikte strekdammen aanwezig die gegarandeerd nog nooit met de vlieg bevist zijn.


Welke Vliegen



Tot op dit punt hebben wij als vliegvissers nog steeds geen betere kansen dan de conventionele visser. Bekijk een forelstreamer eens, een klein onschijnbaar ding dat in de snelle stroming veel te weinig volume heeft. Hoe kunnen zulke vliegen een roofvis met een gewicht gemiddeld van 3 tot 4 pond verschalken? Mijn eerste pogingen hiermee waren niet erg succesvol. Tot ik op een gegeven moment van een goede vriend de beslissende tip kreeg.

Grote Bucktails, Muddler Minnows, Slider en Poppers vanaf haakgrootte 1 zorgden voor meer succes dan ik hoopte en dat nu al sinds enkele jaren met grote regelmaat. Deze vliegen imiteren het beste de aan het wateroppervlakte zwemmende prooivisjes en maken de nodige commotie om op afstand opgemerkt te worden. Afgezien van het profiel en de duidelijk waarneembare boeggolf schijnen de onzichtbare drukgolven een grote aantrekkingskracht op de roofblei uit te oefenen. Een aantrekkingskracht die de roofblei maar zelden kan weerstaan. Helaas zijn deze streamers niet geheel conform de eisen die voor een goed vangende roofblei vlieg gelden. Zelfs de ongeoefende vliegbinder zal geen problemen hebben met het creëren van een goed vangende streamer. Hier opent zich de gelegenheid om het beste vliegbindpatroon door middel van de praktijk te bepalen.


Welke hengel?

Ondanks hun grootte zijn de vliegen erg licht en laten ze zich met gebruikelijke vliegenhengels goed werpen. Mijn aanbeveling is een 9 of 10 voets lange hengel in de lijnklasse 6-7 of 7-8. Dit is voldoende voor de meeste situaties. Alleen bij uitzondering is het aan te bevelen om een nog zwaardere lijnklasse te kiezen. De hengel moet een parabolische actie hebben want hiermee laten zich niet alleen grote werpafstanden behalen maar ook nauwkeurige speciale worpen mogelijk. Juist bij dicht begroeide oevers is bijvoorbeeld een rolworp nodig om überhaupt vissen te kunnen. Zeer behulpzaam is hierbij een drijvende lijn van het type WF met een lange belly zoals deze door veel fabrikanten aangeboden worden. De beste lijn is de voor mij sinds enkele jaren bekende Lee Wuffs Triangeltaper in de lijnklasse 6/7. Met zijn 12 mtr. lange “belly”en de uiterst dunne volglijn is dit de ideale kruising tussen een WF- en een schietkoplijn. Met deze lijn wordt het mogelijk om verre worpen met zware vliegen te maken en tegelijkertijd rolworpen en andere precieze worpen te kunnen uitvoeren. Een eenvoudige reel met een goede rem complementeert de uitrusting; zelfs mijn tot dit moment grootste roofblei van 76 cm trok maar een paar meter lijn door de ringen.



Voor de korte, weinig spectaculaire runs is het voldoende, 100 mtr. 20 lbs. volglijn onder de vliegenlijn te hebben. Als ik in het turbulente water van een stuwdam vis dan gebruik ik een leader van 0.75 mtr. of 1 mtr. lengte met een dikte van +/_ 0.24 mm, in een rustig gedeelte verdubbelt de lengte van de leader en wordt de dikte van de leader 0.20 mm. Dunnere leaders zijn ongeschikt omdat de krachtoverbrenging tussen de vliegenlijn en de vlieg onderbroken wordt. Dit heeft ongewenst kinken tot gevolg van een behoorlijk omvangrijke streamer. Een nauwkeurige presentatie van de streamer zou dan erg moeilijk worden, en dat is juist erg belangrijk, om de vlieg in de actieradius van de jagende vis aan te bieden.

Hoe u de streamer presenteert, hangt af van de plek waar u vist en van de standplaats van de vis. In principe zijn diverse aanbiedingen mogelijk. Om de vissen niet onnodig te verstoren moet u eigenlijk eerst het viswater een tijd observeren, vaak laten zich jagende roofblei vrij gemakkelijk lokaliseren. Heeft men een jagende vis gesignaleerd dan moet men proberen de vis meteen aan te werpen. Het liefst zodanig dat de vlieg eerst in zijn gezichtsveld drijft en dan pas de vliegenlijn. In de snelstromende gedeelten drukt de stroming meteen tegen de vliegenlijn aan, daardoor vliegt de streamer naar de oppervlakte. Met de hengel en de lijnhand geeft men de streamer extra actie. Varieer de snelheid van het strippen en let op of de vis de streamer volgt. Als de vis interesse toont dan zou hij bij een volgende worp te verschalken zijn. Een grote streamer kan goed op de oppervlakte gevolgd worden en het is dan ontzettend spannend om te zien als de vlieg plotseling in een kolk verdwijnt. In de meeste gevallen haakt de roofblei zichzelf, dwz. Een aan de oppervlakte geviste streamer en de snel binnen gestripte lijn zijn meestal al voldoende om de vis goed te haken. Mocht u de behoefte hebben om de gevangen vis vast te pakken gebruik dan een ruim schepnet.

Het meest weidelijke is om met een weerhaakloze streamer te vissen. Zo is het mogelijk om de vlieg snel en zonder beschadigingen te verwijderen, de actie met het schepnet is dan niet meer nodig Want denk eraan, de roofblei is in Nederland nog steeds geen veel voorkomende roofvis in onze rivieren en dat iedere gevangen vis zo voorzichtig mogelijk moet worden vrijgelaten.


Krachtpatser



Met zijn 144 graten is de roofblei niet bepaald een delicatesse onder de vissen…. Aan de vliegenhengel, vormt de voornamelijk als roofvis levende karperachtige, echter een uitdaging. Vooral in het aan forelwater arme Nederland zijn er vele goede mogelijkheden om op roofblei te vissen. Waar heeft men elders nog een kans om vis met een doorsnee gewicht van 3 tot 4 pond regelmatig aan de vliegenhengel te kunnen vangen?


Conclusie

Ik heb na een aantal jaren gericht op roofblei te hebben gevist een aantal conclusies kunnen trekken. Ik hoop dat u ze kunt gebruiken tijdens een eventuele vistrip op één van onze wonderschone rivieren.



- Een roofblei in de IJssel houdt zich hoofdzakelijk in de stroming op. Ik heb er zelf eentje kunnen vangen van 76 cm in de volle stroom.
- Roofbleien jagen voornamelijk in groepen, waarbij ze een groep prooivis opjagen. Dit kan geweldige taferelen opleveren, ze verplaatsen zich springend, duikelend en vooral agressief jagend.
- ’s Avonds houden ze zich dichter bij de oever op, maar nog wel in de stroming. De meeste gevangen vissen werden tijdens deze uurtjes gevangen, wat er op kan duiden dat ze dan echt op jacht gaan.
- Tijdens winderige dagen zijn de roofbleien actiever dan met windstilte (maar dat geldt voor alle vissen).
- Er dient zeer snel gestript te worden, met naar mijn mening als veruit de beste vlieg, een zwarte marabou streamer, Een toppertje.
- Roofblei voelt zich het beste thuis in de snelstromende gedeeltes van de rivieren (zie hotspots boven aan dit artikel) Dit komt omdat daar de prooivis in de problemen komt.
- Een roofblei verplaatst zich zeer snel en blijft niet in de stroming staan wachten, zoals forellen dat kunnen doen. Soms zijn de V’s die ze door het water trekken goed te zien en te volgen.


Laatst aangepast op maandag 02 augustus 2010 13:09
 
Copyright V.V.C The Kingfisher.nl Thekingfisher 2012